Broedtemperatuur is bijna soortspecifiek, en de omslagtemperatuur is per soort verschillend.
Hoge temperaturen moeten niet altijd schildanomaliën geven, is afhankelijk in welke periode van ontwikkeling de temperatuur "te hoog is".
Toch even een vraagje hieromtrend Ands :
Naar wat ik meende te horen van iemand die al jaren bezig is met het kweken van Testudo soorten kreeg ik de stelling te horen dat het geslacht bij landschildpadden met schildanomalie ALTIJD vrouwelijk dieren zijn. Is dat zo ?
In Trionyx jaargang 6 - nummer 1, januari-februari 2008 las ik een artikel van Rein Wiarda "Verzorging van jonge Griekse landschildpadden"
Hieruit een stukje over het onderwerp Voortplanting :
De broedtemperatuur is van invloed op het geslacht van de jongen. Beneden 31.5 graden worden vooral mannetjes geboren, boven deze temperatuur vooral wijfjes.
In een deel van de broedperiode wordt het geslacht bepaald. Deze ligt ruwweg tussen een derde en de helft van de broedtijd.
Het pantser wordt in het eerste kwart van de broedtijd gevormd.
Door ook deze eerste periode hoge temperaturen aan te houden ontstaan vooral aan rugschild (carapax) vaak schildafwijkingen.
Nadat de helft van de broedtijd verstreken is, laat ik de broedtemperatuur weer dalen. Hierdoor wordt voorkomen dat het groeiende jong door zuurstofgebrek en problemen met de afgifte van afvalgassen te vroeg uit het ei gejaagd wordt, vaak met een veel te grote dooier.
Als hoge temperatuur hou ik 32,5 °C aan, als lage temperaturen ongeveer 28 °C.
Eigenlijk best wel interessant om met deze gegevens eens na te gaan hoe anderen deze stelling bekijken en of ze er al ervaring mee gehad hebben.
In elk geval is het belangrijk mij hiereens verder in te verdiepen en in het komend jaar met deze gegevens en kennis eens een proef mee te doen.
Groetjes,
Greeny 