SCHILDPADDENFORUM.NET Welkom, Gast. Alsjeblieft inloggen of registreren.

Login met gebruikersnaam, wachtwoord en sessielengte
                                         
  172234 aantal berichten in 14032 topics door 3383 geregistreerde leden Nieuwste lid: LindaR
** STARTPAGINA FORUM HELP WEBSITE FOTOALBUM KALENDER INLOGGEN REGISTREREN 

0 geregistreerde leden en 1 gast bekijken dit topic. « vorige volgende »
Pagina's: [1] Omlaag Print
Auteur Topic: vertaling www.bauri.de Irmi Jasser-Hager Terrapene coahuila  (gelezen 2039 keer)
Hansm
Algemene moderator
*****
Offline

Berichten: 17834


« Gepost op: 17 Mei 2008, 13:41:35 »

Hier onder volgt een vertaling van een artikel van www.bauri.de hiervoor wil ik 2 mensen hartelijk bedanken; Irmi Jasser-Hager voor de toestemming hiervoor en het gebruik van haar foto's en Lies Niessen voor de vertaling van Duits naar Nederlands.
Irmi en Lies bedankt voor jullie spontane hulp, ik waardeer dat zeer!

Hans






Beschrijving

De Terrapene Coahuila of ook per abuis water-doosschildpad genaamd, is naar mijn mening een robuuste en het gemakkelijkst te verzorgen en interessanteste doosschildpad.
De eerste exemplaren zijn  eind jaren 50, begin jaren 60 reeds als adult naar Duitsland gekomen.
Enige van deze oeroude wildvang dieren leven bij mij, zijn in goede gezondheid en zorgen ieder jaar voor nakweek.
Het zijn precies zo terrestisch levende dieren, als de andere Terrapene soorten, met andere woorden, veel wat geschreven wordt over deze soort, is gewoonweg fout.
De Terrapene Coahuila heeft een licht hoog gevormd rugschild en is wat de vorm betreft eerder lang en smal.
De kleur van het carapax is groenachtig bruin tot donkergrijs, bij jongere dieren vaak met een sprekend patroon, bij oudere dieren met vervaagde donkere vlekken.
Het buikschild is individueel egaal beige tot donker.
De kop is  smal en met een schitterende tekening van marmorachtig tot een indrukwekkend geel-wit patroon.
Deze tekening zet zich ook tot in de hals voort.
De mannetjes zien er massiever uit dan de vrouwtjes en hebben vaak een uitgesproken deuk in het buikschild.
De vaak beschreven zwemhuid tussen de tenen kan men misschien met een vergrootglas zien.
Deze dieren hebben me tot nu toe voor telleurstellingen, drama’s en tegenslagen, die ik met andere Terrapene soorten gehad heb, bewaard.
En zo is het te begrijpen dat de meeste doosschildpadden, die ik verzorg, Coahuila’s zijn.







Verzorging

De dieren worden door mij van half mei tot eind oktober in een buitenverblijf met toegang tot een verwarmde kas gehouden.
In de overige tijd van het jaar leven ze in een serre.
Des serre heeft twee verdiepingen en op de bovenste , de zonnigste en warmste verdieping is het verblijf van de coahuila’s.
Het verblijf voor de vrouwtjes is ca. 4m2 groot en met wortels, kurk en mos zeer goed gestruktureerd en aan het achterste einde is een douchebak ingebouwd.
Ze dient eigenlijk alleen maar ter paring en wordt door de dieren verder niet gebruikt.In de  douchebak is de waterstand 15-18cm, met een temperatuur, die tussen de 24° en 28° ligt.
Een gewone waterschaal, die tevens in het verblijf staat, wordt door de dieren gewoon om te baden gebruikt.
De coahuila-mannetjes hebben in de aangrenzende verblijven dezelfde inrichting, maar natuurlijk geen zichtcontact naar de vrouwtjes toe.
Tot op een agressief mannetje kan ik ze samen houden.
In de winter verwarm ik met een straalkacheltje de lucht en grond zo, dat het niet uitdroogd.
Zowel in de zomer als in de winter zijn er 2 HQI-lampen boven hun lievelingsschuilplaats, zowel in de serre als ook in de kas.
Daardoor zijn de temperaturen in de zomer in de kas 30°-38°, hoewel de dieren, volgens mijn waarnemingen, zich bijna alleen maar in de buitenlucht ophouden.
Zelfs bij koele temperaturen zijn  ze buiten nog aktief en altijd op zoek naar voedsel.
Buiten staat naast hun grote waterschaal nog een kleine vijver ter beschikking, die ze, alleen voor een klein bad, verder niet gebruiken.
Volgens mij kiezen de coahuila’s als ze de keus hebben, een terrestisch leven en niets wijst erop, dat ze meer aan water gebonden zijn als de andere Terrapene soorten. Deze waarneming geld ook, zoals later wordt beschreven, ook voor de hatchlings.
In de winter, van eind november tot januari zijn de temperaturen in de serre 15°-18° in het koudste gedeelte, in het wamere gedeelte zo tot 25°.
Dit betekend dat de dieren in de winter de temperatuur zelf kunnen kiezen.
Ik zorg er altijd voor, dat de dieren zowel in de zomer als ook in de winter droge, vochtige en zeer vochtige plaatsen  ter beschikking hebben.
Het substraat bestaat uit: bosgrond, zand, pinienaarde en gedeelten met mos.
Dagelijks wordt gesproeid om een voldoende luchtvochtigheid in stand te houden.



Voedsel

De dieren kunnen zichzelf verzorgen, omdat in hun verblijf pissebedden, spinnen, kevers en bovenal krekeltjes, maar ook wormen en slakken voorkomen.
Al deze voederdieren vermeerderen zich zelfstandig en worden niet meer gegeven.
Bovendien worden de dieren dagelijks met paardebloemen of romeinsesla, af en toe ook met andijvie gevoerd.
Dit groenvoer wordt met tussenpoze door de wildvangdieren aangenomen, bij de volwassen nakweekdieren maakt het toch 1/3 van hun voedsel uit.
In mei/juni laat ik,s-nachts een gewone gloeilamp branden,die veel insecten aanlokt, vooral kevertjes, die ,s-morgens door de coahuila’s worden gegeten.
Het lievelingsvoer van mijn dieren zijn: babymuizen, die speciaal de vrouwtjes dagelijks krijgen en kleine kreeftjes.
Tweemaal per maand krijgen ze schildpadpudding. Aan fruit krijgen ze onze bessen, appel en bananen zeer zelden.
Bij dit afwisselende menu kan ik extra mineralen en vitaminen weglaten.

Paring

Een van de belangrijkste punten voor een succesvolle kweek is de gescheide verzorging der geslachten over het hele jaar door, want men zorgt voor minder stress en agressie.
De vrouwtjes zijn vanaf eind Februari tot begin Mei ca.14 dagen paringsbereid.
Ik moet nu te weten komen, wanneer welk vrouwtje paringsbereid is en haar bij het passende mannetje zetten en hopen, dat ook hij wil (wat wel altijd zo is).
Het verblijf van de vrouwtjes wordt nu afgezet en ik zet het paartje in het stuk  dat overblijft met toegang tot de douchebak.
Het mannetje balts nu om het vrouwtje, loopt om haar heen en gaat steeds weer in de douchebak of probeert het vrouwtje in het water te schuiven.
Heeft het mannetje geen succes, dan worden de dieren weer apart gezet en probeer ik het met een ander paar.
Willen de beide dieren paren, dan blijven ze gedurende meerdere dagen in het water en paren steeds weer.
Ik heb ook reeds paring pogingen en voltooide paringen op het land gezien, maar dat waren wel uitzonderingen.
Coahuila’s  paren  normaal in het water, waarbij de waterstand zo’n 15cm. moet zijn.
Maar in de paringstijd zoeken de dieren het diepe water op en blijven daarin, anders nooit.
Misschien leven de dieren in hun oorsprongsgebied zo verscholen, dat  ze alleen maar ter paring in het water te zien zijn.
Ze zijn dan ook natuurlijk onvoorzichtiger en gemakkelijker te zien en daarom hield men ze voor  „waterdoosschildpadden“

Eileg

In de regel leggen de wildvangvrouwtjes twee tot viermaal 4-6 eieren, door de nakweek vrouwtjes meestal driemaal, maar 6-7 eieren, die 100% bevrucht zijn en ook een 100% uitkomst der eieren hebben.
Dat komt bij de andere Terrapene soorten nooit voor.
Mijn vrouwtjes hebben vanaf het begin iedere plaats aangenomen om hun eieren te leggen.
En aangezien ik echt veel met de dieren geexperimenteerd heb, tot ik definitief van hun terrestische levenswijze overtuigd was, hadden ze steeds weer wisselende plaatsen om hun eieren af te leggen.
Ook met de steeds weer wisselende verblijfplaatsen hebben ze geen probleem gehad. Was de legplaats nog niet klaar, werden de eieren gewoon onder een wortel gelegd.
Hun tegenwoordige (en dat sinds meerdere jaren)legplaats bestaat hoofdzakelijk uit vochtig zand met wat aarde vermengd.
Alle vrouwtjes leggen steeds op precies dezelfde plaats hun eieren, zonder proefboringen.
Hebben ze alle tegelijk eieren bij zich, dan wacht het rangmindere vrouwtje totdat het hoogstrangige klaar is en legt meestal kort daarop haar eieren op dezelfde plaats, zonder de eieren van de ander stuk te maken.
Het leggen van de eieren gebeurt meestal vanaf 17.00 uur en duurt zo’n 4 uur.
Hierbij mag men het dier in geen geval storen. Het vrouwtje graaft een klein gat, waar het de eieren in legt.
Hierbij gebruikt ze haar achterpoten als een soort schep.
Daarna veegt ze met haar achterpoten het uitgegraven zand weer over de eieren.
Tenslotte drukt ze het geheel met cirkelende bewegingen goed aan, zodat men  niet meer herkennen kan, dat daar eieren zijn gelegd.
Ik heb ook dieren gezien, die zich, om het glad te maken, op hoge poten boven de legplaats stonden en zich dan hierop lieten vallen, om het geheel nog platter te drukken.





Incubatie

De eieren moeten nu zo snel mogelijk worden uitgegraven, want als men tot de volgende ochtend wacht, bestaat het gevaar, dat de eieren of uitdrogen of dat zich reeds een vrucht gevormd heeft, die bij het uitgraven zou kunnen verdraaien.
Ik inkubeer de eieren in krekeldoosjes met vochtige vermiculite (1:1).
De doosjes komen nu in een broedstoof (au bain marie), de watertemperatuur ligt tussen de 30-32° Na 36 dagen zet ik de doosjes in een „Jäger“ broedstoof, zodat het substraat wat kan uitdrogen.
De geboorte is na 48 tot 55 dagen.
Meestal openen de baby’s het ei aan een pool en verlaten dan het ei na enkele uren.







Het grootbrengen der jongen

De baby’s komen als eerste in kleine bakjes met vochtig keukenpapier, totdat de dooierrest ingetrokken is. In het begin, toen ik nog niet beter wist, zette ik mijn eerste coahuila-baby’s in kleine aquariums met een waterstand van ca. 1cm, en een klein landdeel.
Het landdeel bestond uit een platte steen, waterplanten dienden als schuilplaatsen.
Ik kon het volgende constateren: De eerste dagen bleven de dieren in water, daar aten ze ook de aangeboden rodemuggelarven.
Dan begon ik met het voeren van pissebedden en de dieren gingen hier achteraan en aten ze in het water, maar ook steeds vaker op het landdeel.
Na een paar weken zaten de dieren eigenlijk alleen nog maar op het landdeel, waar ook onderhand de waterplanten lagen, zodat de kleintjes zich hieronder konden verschuilen.
Nu  maakte ik een groter landdeel met aarde en mos en kon nu zien, dat het wel en wee der dieren alleen nog maar op het landdeel afspeelde.
De volgende 6 baby’s kwamen en ik deed ze meteen in een aquarium met een nog groter landdeel.
Weer kon ik hetzelfde zien, alleen  met dit verschil, dat, met de mogelijkheid om zich in te graven, zelfs pas uit het ei gekomen dieren gingen meteen vanuit het water op het land om zich in te graven.
Na deze ervaring heb ik sinds 2000 de kleine coahuila’s net zoals alle andere Terrapene grootgebracht.
Ik zet nu de baby’s in kleine bakjes met aarde en mos.
Deze bakjes staan bij mij in een afgesloten terrarium, ten eerste beschut dat ze tegen tocht, plus dat de temperatuur en een hoge luchtvochtigheid in stand gehouden blijft.
De babybakjes worden op z’n minst een maal per dag besproeid met warm water, waarbij men moet opletten dat er ook einige droge plekken blijven, waar de baby’s  totaal kunnen opdrogen.
Kleine spots of halogeen lampen mogen in ieder geval niet ontbreken, belangrijk zijn ook meerdere schaaltjes om in te baden.
De dagtemperatuur ligt tussen de 28° en 38°, ‚s-nachts valt de temperatuur terug tot 20°.
Deze baby’s zijn totaal niet schuw maar wel zeer nieuwschierig.
Deze kleine Terrapenen baby’s zijn mijn lievelingen en ik kan er urenlang naar kijken.
Zo gauw als het weer het toelaat, breng ik de kleine naar buiten in de zon, want natuurlijke U.V stralen zijn zeer belangrijk voor de gezondheid en voor een goede groei.
De kleinste komen in met aarde en zand gevulde teiltjes, de grotere in kleine, uitbraakveilige omheiningen. Natuurlijk moeten de dieren genoeg schaduw hebben en men moet oppassen dat de teilen zich niet te veel opwarmen.
Ook het gevaar dat uitgaat van vogels, katten en marters moet men in de gaten houden en daardoor vogelnetten erover spannen.
Het grootbrengen der kleine coahuila’s is, net als bij de bauri’s, veel gemakkelijker dan bij de andere Terrapene, ze zijn bijna niet gevoelig voor stress, zodat men zonder problemen meerdere dieren samen kan houden.
Juist door voedselnijd kan men ze gemakkelijk aan ieder voer wennen.
Reeds na een week bedelen de kleine om voer en eten reeds halve babymuizen.
Ook krijgen ze nog pissebedden, kleine wormpjes en slakken.
Groenvoer zoals paardebloemen en Romeinse-sla moet van het begin af aan aangeboden worden, ook dit eten ze al na een week zonder problemen.
Runderhart, meelwormen of wasmotten raad ik af, dit voedsel is welliswaar gemakkelijk maar zeer vet en meelwormen vreten zelfs de baby’s aan!
Beter is beo-voer, want dit bestaat uit gedroogde insecten, bessen en havervlokken  worden door de dieren graag aangenomen, als  in de winter het levendvoer eens op is.
Wat verder een goed voer is voor in noodgevallen, is Sera Raffy P, maar meer als 2 keer per maand moet men het niet voeren.
In november/december graven de jonge dieren zich voor meerdere weken uit zichzelf in.
Dan moet de temperatuur dalen tot op 15°-20° en de dieren mogen niet gestoord worden.
Het is sowieso zeer stressig voor de dieren om ze steeds uit te graven, om zeker te zijn, of alles wel in orde is.
Beginners maken deze fout vaak, ze moeten wat meer geduld hebben, want als de dieren honger krijgen, komen ze wel uit zich zelf.
Oppassen bij teveel voeren, te snel gegroeide dieren blijven plat, bij zulke dieren mag men niet teveel voeren.
Als men deze raad opvolgd kan men vaststellen dat de dieren welliswaar langzaam maar mooi glad en gezond opgroeien.
En nog een opmerking: Aangezien ik ieder jaar tamelijk veel nakweek heb, ongeveer meer als 20 coahuila’s , die ik zelf opkweek en meer heb ik er al afgestaan, maar nog nooit heeft  een van de dieren problemen gegeven en nog geen van de dieren is gestorven.
En ook van de andere verzorgers heb ik dat , afgezien van een dood dier door een ongeluk, nog niet gehoord.
Het is zeker niet toevallig, maar getuigd voor de stabiliteit deze dieren.
Dat kan men  van andere soorten, behalve Terrapene c. bauri, niet altijd beweren.









« Laatste verandering: 17 Mei 2008, 13:52:07 door Hansm » Gelogd

Players only love you when they are playing.
http://artisklas-haarlem.nl/ de kleinste officiële dierentuin van Nederland
Pagina's: [1] Omhoog Print
 
« vorige volgende »
Ga naar:  
Recent
door Koenb
[11 December 2018, 12:54:23]

door Sylvia
[ 7 December 2018, 18:58:30]

[ 7 December 2018, 17:25:12]

door NicWill
[ 2 December 2018, 16:38:08]

[27 November 2018, 21:14:00]

[23 November 2018, 11:39:29]

door nielo
[22 November 2018, 18:39:03]

door Jojasje
[22 November 2018, 08:25:48]

[19 November 2018, 10:43:41]

[16 November 2018, 16:48:55]

[16 November 2018, 14:44:36]

door Liene
[15 November 2018, 18:33:26]

[10 November 2018, 22:28:09]

door KevinVH
[ 8 November 2018, 15:12:26]

[ 7 November 2018, 22:36:34]

[ 6 November 2018, 16:22:02]

door Liene
[ 5 November 2018, 10:19:51]

door Liene
[ 5 November 2018, 10:13:53]

door Liene
[10 Oktober 2018, 16:50:09]

door Liene
[ 4 September 2018, 13:41:58]

door Liene
[24 Augustus 2018, 14:18:43]
Welkom, Gast. Alsjeblieft inloggen of registreren.
15 December 2018, 00:45:32

Login met gebruikersnaam, wachtwoord en sessielengte
geregistreerde leden
Totaal aantal leden: 3383
Laatste: LindaR
Statistieken
Totaal aantal berichten: 172234
Totaal aantal topics: 14032
Vandaag Online: 420
Ooit Online: 941
( 2 November 2018, 22:11:56)
Gebruikers Online
Gebruikers: 0
Gasten: 381
Totaal: 381
Artikelen

Powered by MySQL Powered by PHP Powered by SMF 1.1.21 | SMF © 2006-2007, Simple Machines
Black22 / TinyPortal v0.9.8 © Bloc
Valid XHTML 1.0! Valid CSS!
Pagina opgebouwd in 0.077 seconden met 27 queries.